12.2.1 Roken onder volwassenen
Let op: er zijn nieuwe kerncijfers over roken in 2024, deze zijn te vinden in de Kerncijfertabel Leefstijlmonitor. De gegevens worden later dit jaar verwerkt in de NDM, wanneer ook de aanvullende analyses en significantie toetsen zijn uitgevoerd.
Hoeveel volwassenen roken?
In het kort: In 2023 rookte 19% van de volwassenen weleens en 13,5% rookte elke dag. Roken komt vaker voor onder mannen, laag- en middelbaar opgeleiden, volwassenen met een Europese (excl. NL) en niet-Europese herkomst en volwassenen in (zeer) sterk stedelijke gebieden.
Ongeveer een vijfde van de Nederlandse volwassenen rookt
In 2023 rookte bijna een vijfde (19,0%) van de Nederlandse volwassenen weleens. Dat komt neer op 2,7 miljoen volwassenen. Ongeveer een op de zeven volwassenen (13,5%) rookte elke dag.
In 2023 had ongeveer de helft (48,2%) van de volwassenen nog nooit gerookt. Ongeveer een derde (32,8%) van de volwassenen was ex-roker.
Roken komt vaker voor onder mannen dan onder vrouwen
Meer mannen dan vrouwen roken weleens. In 2023 rookte 22,7% van de mannen vergeleken met 15,4% van de vrouwen. Ook dagelijks roken komt vaker voor onder mannen dan onder vrouwen.
Ruim een kwart van de 20-29-jarigen rookt
In 2023 rookte ruim een kwart van de 20-29-jarigen weleens. Roken kwam het minst vaak voor onder 75-plussers. Ook dagelijks roken kwam het minst vaak voor onder 75-plussers.
Roken komt vaker voor onder laag- en middelbaar opgeleiden
In 2023 rookte een groter deel van de laagopgeleiden (24,4%) en middelbaar opgeleiden (21,9%) dan van de hoogopgeleiden (13,5%). Het percentage volwassenen dat dagelijks rookt was het hoogst onder laagopgeleiden en het laagst onder hoogopgeleiden. Het percentage onder middelbaar opgeleiden zat daar tussenin.
Roken komt vaker voor onder volwassenen met een Europese herkomst (excl. NL) en niet-Europese herkomst
In 2023 rookte een kleiner deel van de volwassenen met een Nederlandse herkomst (17,7%), dan van de volwassenen met een Europese herkomst (excl. NL) (24,5%) en volwassenen met een niet-Europese herkomst (21,8%). Hetzelfde geldt voor dagelijks roken.
Roken komt vaker voor onder volwassenen die wonen in (zeer) sterk stedelijke gebieden
In 2023 rookte een groter deel van de volwassenen die wonen in (zeer) sterk stedelijke gebieden (20,5%), dan van de volwassenen die wonen in matig stedelijke gebieden (16,4%) en weinig/niet stedelijke gebieden (17,5%).
Het percentage volwassenen dat dagelijks rookt verschilde niet tussen volwassenen in (zeer) sterk stedelijke, matig stedelijke en weinig/niet stedelijke gebieden.
Roken verschilt per regio
Uit de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen uit 2022 blijkt dat er regionale verschillen zijn in het percentage volwassenen van 18 jaar en ouder dat rookt [1]. Per GGD-regio varieerde het percentage rokers van 17,9% (GGD-regio Zuid-Limburg) tot 22,3% (GGD-regio Amsterdam).
Uit de Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen uit 2024 blijkt dat er ook regionale verschillen zijn in het roken in de leeftijdsgroep 16-25 jaar [2]. Het percentage rokers varieerde van 23,3% (GGD-regio Brabant-Zuidoost) tot 35,2% (GGD-regio Gooi en Vechtstreek). Dagelijks roken varieerde 10,3% (GGD-regio Brabant-Zuidoost) tot 19,3% GGD-regio Zeeland).
Aanvullende informatie
Hoe te verwijzen
Nationale Drug Monitor, editie 2025. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.