13.6.1 Verslavingszorg
In het kort: In 2023 werden er 89 mensen behandeld in de verslavingszorg voor lachgasproblematiek, dat is minder dan 1% van het totaal aantal mensen in behandeling in de verslavingszorg voor drugs. Onder lachgascliënten zijn relatief veel vrouwen en jonge cliënten. Ruim de helft van de lachgascliënten werd al eerder behandeld in de verslavingszorg. Het aantal lachgascliënten in de verslavingszorg steeg tussen 2018 en 2023, al bleef het aandeel ten opzichte van het totaal aantal cliënten in de verslavingszorg vanwege drugs minder dan 1%.
Hoeveel mensen worden behandeld in de verslavingszorg voor lachgasproblematiek?
In 2023 werden er 89 mensen behandeld in de verslavingszorg voor lachgasproblematiek
In 2023 werden volgens het LADIS 89 mensen behandeld in de verslavingszorg voor lachgasproblematiek [1]. Dat is minder dan 1% van het totaal aantal mensen in behandeling in de verslavingszorg voor drugsproblematiek in de verslavingszorg. Het gaat hierbij alleen om mensen bij wie de lachgasproblematiek staat geregistreerd als de enige of de belangrijkste reden voor de behandeling. We noemen dit ook wel ‘primaire’ lachgascliënten.
Lachgas valt in de gegevens van het LADIS onder de restcategorie “overige middelen”. De registratie van de specifieke middelen in deze categorie wordt nog niet bij alle instellingen even goed uitgevoerd. Zo werden er 369 gevallen geregistreerd als “overige drugs”, mogelijk zaten hier ook cliënten met lachgasproblematiek tussen. Daarnaast waren er in 2023 ook 110 mensen waarbij de primaire problematiek geregistreerd stond als “vluchtige middelen”. Ook hieronder kunnen lachgascliënten vallen. Daarnaast leveren niet alle verslavingszorginstellingen gegevens aan het LADIS. Het genoemde aantal is dus een onderschatting van het totaal aantal cliënten in de verslavingszorg voor lachgasproblematiek. Volgens een ruwe schatting beslaat het LADIS 70% van de cliënten in behandeling voor verslavingsproblematiek [2].
Evenveel mannen als vrouwen worden behandeld voor lachgasproblematiek
Relatief veel vrouwen zijn in behandeling voor lachgasproblematiek, vergeleken met cliënten in de verslavingszorg voor andere middelen. In 2023 was ongeveer de helft (49%) van de cliënten in behandeling in de verslavingszorg voor lachgasproblematiek man, de andere helft was vrouw (51%). Dat is opvallend, want in de algemene bevolking gebruiken meer mannen dan vrouwen lachgas (zie: Gebruik: Volwassenen).
Lachgascliënten zijn relatief jong, bijna de helft is jonger dan 25 jaar
In 2023 was de gemiddelde leeftijd van de cliënten in behandeling voor lachgasproblematiek 27 jaar. Dit is zelfs nog jonger dan bij cannabis (31) of ecstasy (28). Bijna de helft (45%) van de cliënten met primaire lachgasproblematiek was jonger dan 25 jaar. Het grootste aantal cliënten met primaire lachgasproblematiek viel in de leeftijdsgroep 25-54 jaar, waarvan het merendeel tussen de 25 en 34 jaar oud was.
Ruim de helft van de lachgascliënten is al eerder behandeld in de verslavingszorg
In 2023 was ruim de helft van de primaire lachgascliënten (55%) al eens eerder in behandeling in de verslavingszorg.
Is het aantal mensen dat wordt behandeld in de verslavingszorg voor lachgasproblematiek veranderd?
Het aantal primaire lachgascliënten steeg tussen 2018 en 2023, maar aandeel blijft minder dan 1%
Tussen 2018 en 2023 is het aantal cliënten in behandeling voor primaire lachgasproblematiek toegenomen, van 4 naar 89 cliënten. In de loop van de jaren zijn er steeds meer instellingen bijgekomen die gegevens aanleveren. Ook als we alleen kijken naar de instellingen die gedurende de gehele periode tussen 2018 en 2023 gegevens hebben aangeleverd (de constante instellingen), dan stijgt het aantal primaire lachgascliënten tussen 2018 en 2023. Vergeleken met andere middelenproblematiek is het aantal lachgascliënten nog steeds erg laag. Het aandeel cliënten met primaire lachgasproblematiek onder alle cliënten in de verslavingszorg vanwege drugs bleef in de periode 2018-2023 minder dan 1%. Voor deze berekeningen zijn de gegevens van alle deelnemende instellingen meegenomen.
De stijgende trend kan (deels) verklaard worden door een toename in het aantal gebruikers maar mogelijk ook door een verbetering in het registreren van deze specifieke middelen bij de instellingen.
Hoe behandelt de verslavingszorg mensen met lachgasproblematiek?
De verslavingszorg is onderdeel van de gezondheidszorg. De verslavingszorg helpt mensen die een stoornis hebben in drugs-, alcohol-, of medicatiegebruik, of een gokstoornis of een andere gedragsverslaving. Er is nog niet zo veel onderzoek gedaan naar de behandeling van verslaving aan lachgas en het middel is niet opgenomen in de ‘Multidisciplinaire richtlijn Stoornissen in het gebruik van cannabis, cocaïne, amfetamine, ecstasy, GHB en benzodiazepines’ [3]. Wel is er in 2024 de Handreiking problematisch gebruik van lachgas uitgebracht door Verslavingskunde Nederland in samenwerking met afgevaardigden van verschillende instellingen voor verslavingszorg [4]. De handreiking geeft een overzicht van beschikbare wetenschappelijke literatuur over de juiste behandeling, en hoe de somatische en psychiatrische co-morbiditeit door lachgasgebruik te diagnosticeren en behandelen.
Aanvullende informatie
Bronnen
- 1.Wisselink DJ, Van der Slink JB, Kerssies JP. LADIS: Kerncijfers Verslavingszorg 2018 – 2023. 2024. p. 1–85.
- 2.Vektis.nl. Factsheet GGZ [Internet]. Gepubliceerd op: 30-05-2024. Available from: https://www.vektis.nl/intelligence/publicaties/factsheet-ggz-2024
- 3.Hendriks V, Blanken P, Croes E, Schippers G, Schellekens A, Stollenga M, et al. Multidisciplinaire richtlijn Stoornissen in het gebruik van cannabis, cocaïne, amfetamine, ecstasy, GHB en benzodiazepines. Utrecht: Netwerk Kwaliteitsontwikkeling GGz; 2018.
- 4.Verboeket S, van Rooij G, Raay M, van Janssen N, Hilse R, Beurmanjer H. Handreiking problematisch gebruik van lachgas [Internet]. [Internet]. Verslavingskunde Nederland; 2024. Available from: https://verslavingskundenederland.nl/documents/2024/03/Lachgas-handreiking-2024.pdf
- 5.Van der Pol P, Liebregts N, De Graaf R, Korf DJ, Van den Brink W, Van Laar M. Facilitators and barriers in treatment seeking for cannabis dependence. Vol. 133, Drug and Alcohol Dependence. 2013. p. 776–80.
- 6.Zorgautoriteit N. Informatiekaart Wachttijden en aantal wachtplekken ggz 2023 – februari 2024 [Internet]. 2024. Available from: https://puc.overheid.nl/nza/doc/PUC_760147_22/
Hoe te verwijzen
Nationale Drug Monitor, editie 2025. . . Geraadpleegd op: . Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.